Gerechtshof Amsterdam 2025-02-11 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Amsterdam, 11 februari 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:379, zaaknummer 200.035.778/02, hoger beroep (na verzet tegen verstekarrest). Kernvraag — Is de tussenpersoon die de leaseovereenkomst heeft bemiddeld opgetreden als onvergund adviseur in de zin van art. 41 NR 1999, en wist Dexia dat dan wel behoorde zij dat te weten, zodat de billijkheidscorrectie meebrengt dat Dexia de schade van afnemer volledig moet vergoeden? Feiten — Afnemer heeft in 1999 via een tussenpersoon een effectenleaseovereenkomst (Profit Effect, looptijd 120 maanden) gesloten met een rechtsvoorgangster van Dexia. De eindafrekening in 2006 resulteerde in een restschuld van € 22.430,54. Afnemer heeft tijdig een opt-out verklaard ten aanzien van de WCAM-overeenkomst van 25 januari 2007. In het principale hoger beroep van Dexia werd afnemer aanvankelijk niet gehoord en bij verstekarrest van 7 augustus 2012 veroordeeld tot terugbetaling van bedragen van in totaal circa € 14.207,- aan Dexia. Afnemer is bij dagvaarding van 6 december 2012 in verzet gekomen. Overwegingen — Het hof stelt in r.o. 4.5 het toepasselijke kader voorop: de enkele omstandigheid dat Dexia in strijd met art. 41 NR 1999 een leaseovereenkomst sloot terwijl zij wist of behoorde te weten dat de afnemer onvergund advies had ontvangen, brengt mee dat de billijkheid in beginsel eist dat de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand blijft, zowel wat betreft een eventuele restschuld als wat betreft reeds betaalde rente,…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken