Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2019-05-01 — Strafrecht; Strafprocesrecht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (zittingsplaats Leeuwarden), 1 mei 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3197, zaaknummer WAHV 200.220.243, hoger beroep. Kernvraag — Of de beslissingen van de kantonrechter en de officier van justitie in stand kunnen blijven bij gebrek aan bewijs dat verzuimbrieven daadwerkelijk zijn verzonden, en of een verzoek om proceskostenvergoeding in een WAHV-procedure kan worden toegewezen als de inleidende beschikking in stand blijft. Feiten — Aan de betrokkene is als kentekenhouder een administratieve sanctie van € 177,- opgelegd wegens overschrijding van de maximumsnelheid op de A12 te Utrecht met 21 km/u (gemeten via trajectcontrole, 10 juni 2016). Het beroepschrift bij de officier van justitie bevatte een ontkenning van de gedraging en een uitdrukkelijk verzoek om aanvulling van de gronden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. De kantonrechter verklaarde het beroep vervolgens niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift geen gronden bevatte en het verzuim niet tijdig was hersteld. De gemachtigde betwist zowel de verzuimbrief van de griffier als de brief van de officier van justitie te hebben ontvangen. Overwegingen — Het hof overweegt in r.o. 3-4 dat op grond van de artt. 6:5 en 6:6 Awb niet-ontvankelijkverklaring wegens het ontbreken van beroepsgronden slechts mogelijk is als de indiener daadwerkelijk de gelegenheid heeft gekregen het verzuim te herstellen. Uit het dossier blijkt niet uit een verzendadministratie of ander…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken