ECLI:NL:GHARL:2025:845

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-02-11 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 februari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:845, zaaknummer 200.337.560/01, hoger beroep. Kernvraag — Is de afnemer door tussenpersoon Finplan B&K geadviseerd zonder de daarvoor vereiste vergunning krachtens art. 7 lid 1 Wte (oud), en wist of behoorde Dexia dat te weten, zodat Dexia op grond van art. 41 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 gehouden is de volledige schade van de afnemer te vergoeden? Feiten — De afnemer heeft via tussenpersoon Finplan B&K een effectenleaseovereenkomst gesloten met Dexia. De tussenpersoon trad op als effectenbemiddelaar/cliëntenremisier in de zin van art. 1b onder 1 Wte (oud) en beschikte niet over een vergunning als bedoeld in art. 7 lid 1 Wte (oud). De afnemer heeft voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst persoonlijke gesprekken gevoerd met de tussenpersoon, waarbij zijn vermogensdoelen en financiële situatie zijn besproken en hij het advies heeft gekregen een specifiek effectenleaseproduct van Dexia af te nemen. Dexia vorderde een verklaring voor recht dat zij al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan de afnemer verschuldigd is. De kantonrechter wees die vordering slechts gedeeltelijk toe en veroordeelde Dexia tot betaling van een schadevergoeding. Overwegingen — Het hof stelt voorop dat een tussenpersoon zonder vergunning weliswaar onder de generieke vrijstelling van art. 12 lid 1 Vrijstellingsregeling Wte (oud) cliënten mocht aanbrengen bij een vergunde effectenins…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken