ECLI:NL:GHARL:2025:847

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-02-11 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 februari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:847, zaaknummer 200.323.557/01, hoger beroep. Kernvraag — Heeft de tussenpersoon (Hypotheek Visie Centrale) de afnemer vergunningplichtig geadviseerd bij het aangaan van de effectenleaseovereenkomst met Dexia, en wist Dexia dit of behoorde zij dit te weten, zodat haar volledige vergoedingsplicht in stand blijft? Feiten — Tussen Dexia en de afnemer is via tussenpersoon Hypotheek Visie Centrale een effectenleaseovereenkomst tot stand gekomen. De tussenpersoon trad op als effectenbemiddelaar in de zin van art. 1b onder 1 Wte (oud), maar beschikte niet over de vergunning van art. 7 lid 1 Wte (oud). De afnemer stelt dat de tussenpersoon zijn financiële situatie en doelstellingen heeft besproken en vervolgens een specifiek effectenleaseproduct van Dexia als geschikt voor zijn situatie heeft aanbevolen. Dexia vorderde in eerste aanleg betaling van € 1.290,33 met rente en een verklaring voor recht dat zij volledig aan haar verplichtingen had voldaan; de kantonrechter wees die vorderingen af. Overwegingen — Het hof schetst het juridisch kader aan de hand van HR 10 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:862) en HR 9 juni 2023 (ECLI:NL:HR:2023:885) (r.o. 3.4–3.6). Art. 41 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 verbood Dexia een effectenleaseovereenkomst aan te gaan als zij wist of behoorde te weten dat de tussenpersoon zonder vergunning als beleggingsadviseur optrad. Indien dat verbod is geschonden, eis…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken