Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2025-02-11 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 februari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:848, zaaknummer 200.323.562/01, hoger beroep. Kernvraag — Heeft de tussenpersoon de afnemer vergunningplichtig geadviseerd bij het aangaan van zes effectenleaseovereenkomsten met Dexia, en wist Dexia dat of behoorde zij dat te weten, zodat haar volledige schadevergoedingsplicht in stand blijft? Feiten — Dexia en de afnemer hebben zes effectenleaseovereenkomsten gesloten via twee tussenpersonen (Spaar Select en Bemiddeling & Financieringsbedrijf [naam1] B.V.). De tussenpersonen traden op als effectenbemiddelaar (cliëntenremisier) in de zin van art. 1b onder 1 Wte (oud), maar beschikten niet over de vergunning van art. 7 lid 1 Wte (oud). De afnemer stelde dat de tussenpersoon zijn financiële situatie en doelen heeft geïnventariseerd en hem vervolgens een specifiek effectenleaseproduct als geschikt heeft aanbevolen. Dexia vorderde een verklaring voor recht dat zij aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan de afnemer verschuldigd is. De kantonrechter wees de vorderingen van Dexia af; Dexia stelde hoger beroep in. Overwegingen — In r.o. 3.4 stelt het hof het juridisch kader vast. Een cliëntenremisier zonder vergunning kon een beroep doen op de generieke vrijstelling van art. 12 lid 1 Vrijstellingsregeling Wte (oud), maar deze vrijstelling stond niet toe dat hij tevens als beleggingsadviseur optrad. Art. 41 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999 (en voorheen art. 25 NR…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken