ECLI:NL:HR:1991:ZC0412

Hoge Raad 1991-11-15 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 15 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0412 (Dépex/Bergel), zaaknummer 14.294, cassatie. Kernvraag — Is de door Dépex onder eigendomsvoorbehoud geleverde distillatie-apparatuur naar verkeersopvatting een bestanddeel geworden van het fabrieksgebouw van Bergel, en zo ja, welke maatstaf geldt daarvoor? Feiten — Dépex heeft aan Bergel een waterdistillatie-inrichting (bestaande uit een waterdistillatie-unit, een voorraadvat, een besturingskast en een pyrogeenvrije stoomgenerator) verkocht en geleverd onder eigendomsvoorbehoud. Een bedrag van ƒ 140.077,64 bleef onbetaald. Na verlening van surséance van betaling aan Bergel en erkenning van het eigendomsvoorbehoud door de bewindvoerder, weigerden Bergel en de bewindvoerder mee te werken aan teruggave van de apparatuur. Bergel werd op 6 oktober 1988 failliet verklaard, waarna de curatoren het geding overnamen. Oordeel hof — Het hof bekrachtigde het vonnis van de president, die had geoordeeld dat de waterdistillatie-inrichting door natrekking eigendom van Bergel was geworden omdat zij zo'n essentieel onderdeel van de farmaceutische fabriek vormt dat de fabriek zonder deze apparatuur niet aan haar bestemming kan beantwoorden. Het hof oordeelde dat de apparatuur naar verkeersopvatting bestanddeel was van de fabriek, mede omdat zij "bepaaldelijk behoort tot het wezen van de fabriek" in de zin van art. 563 BW (oud). Overwegingen — In r.o. 3.3 stelt de Hoge Raad vast dat het hof bij de vraag of de apparatuur na…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken