ECLI:NL:HR:2008:BC5012

Hoge Raad 2008-05-30 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5012, zaaknummer 07/12668, cassatie (incident). Kernvraag — Kan een partij in cassatie op de voet van art. 234 Rv. vorderen dat een door de lagere rechter aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad verbonden voorwaarde van zekerheidstelling wordt opgeheven of gewijzigd, en zo ja, aan welke maatstaven moet die vordering worden getoetst? Feiten — Newbay vorderde in kort geding van de Staat een voorschot op schadevergoeding wegens een door de Staat gelegd conservatoir derdenbeslag op een hotel in Engeland. De voorzieningenrechter veroordeelde de Staat bij vonnis van 5 januari 2005 tot betaling van een voorschot van £ 300.000,-- en verklaarde dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. In hoger beroep bepaalde het hof bij tussenarrest van 31 maart 2005 dat dit vonnis slechts ten uitvoer mocht worden gelegd nadat Newbay zekerheid had gesteld in de vorm van een bankgarantie van £ 330.000,-- door een in Nederland gevestigde handelsbank, vanwege een vastgesteld restitutierisico. Bij eindarrest van 9 augustus 2007 bekrachtigde het hof het vonnis van de voorzieningenrechter. De Staat stelde cassatieberoep in; Newbay vorderde in cassatie-incident op de voet van art. 234 Rv. alsnog onvoorwaardelijke tenuitvoerlegging van het vonnis van de voorzieningenrechter. Overwegingen — In r.o. 3.2.2 overweegt de Hoge Raad dat het stelsel van art. 234, 235 en 351 Rv. meebrengt dat na aanwending van een rechtsmiddel de tenuitvoerlegging bij voor…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken