Hoge Raad 2008-12-19 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 19 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0191, zaaknummer 42.763, cassatie. Kernvraag — In hoeverre leidt overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure bij een fiscale bestuurlijke boete tot vermindering van die boete, en welke maatstaven gelden daarvoor? Feiten — Aan X Holding B.V. is over het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2001 een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, alsmede een boete. De boetebeschikking werd na bezwaar gehandhaafd en het beroep bij het Hof Den Haag werd op 8 november 2005 ongegrond verklaard. Beroep in cassatie is ingesteld op 22 november 2005. Oordeel hof — Het Hof verklaarde het beroep tegen de handhaving van de boetebeschikking ongegrond. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof uitsluitend wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. Overwegingen — De cassatieklacht van belanghebbende wordt verworpen zonder nadere motivering op grond van art. 81 Wet RO (r.o. 3). Ambtshalve beoordeelt de Hoge Raad de duur van de cassatieprocedure. Hij past zijn rechtspraak aan ten opzichte van onderdeel 4.12 van het arrest van 22 april 2005, nr. 37984, BNB 2005/337, voor gevallen waarin een fiscale bestuurlijke boete in het geding is en de berechting in cassatie niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden (r.o. 4.1). De Hoge Raad formuleert de volgende uitgangspunten voor compensatie van schending van art. 6 lid 1 EVRM (r.o. 4.2): De Hoge Raad…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken