ECLI:NL:HR:2010:BM2452

Hoge Raad 2010-07-13 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452, zaaknummer 08/02788, cassatie. Kernvraag — Voldoet de bewezenverklaring van ontucht met een minderjarige aan het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv, wanneer de bewijsmotivering uitsluitend ingaat op de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer en niet op de steun die de overige bewijsmiddelen aan die verklaring bieden? Feiten — Verdachte is veroordeeld voor het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met de dochter van zijn toenmalige partner, geboren in 1998, in de periode februari 2003 tot en met september 2006. De bewezenverklaring steunt hoofdzakelijk op het studioverhoor van het slachtoffer, aangevuld met verklaringen van de moeder en een lerares. Het hof heeft bij de bewijsmotivering uitvoerig stilgestaan bij de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer en de door de verdediging aangedragen alternatieve scenario's verworpen, maar niet gemotiveerd op welke wijze de overige bewijsmiddelen de verklaring van het slachtoffer ondersteunen. Oordeel hof — Het hof achtte bewezen dat verdachte de tenlastegelegde ontuchtige handelingen had gepleegd. Het verwierp de bewijsverweren van de verdediging — inhoudend dat het slachtoffer de beschreven details elders had kunnen zien of horen, dan wel dat haar verklaringen waren aangepraat — op grond van de gedetailleerdheid en consistentie van de verklaring van het slachtoffer. Het hof bekrachtigde de veroordeling in eerste aanleg. Overwegin…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken