ECLI:NL:HR:2014:699

Hoge Raad 2014-03-28 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:699, zaaknummer 12/03888, cassatie. Kernvraag — Kan een hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het niet betalen van griffierecht, wanneer de rechtzoekende door zijn financiële omstandigheden feitelijk niet in staat is dat griffierecht te voldoen — ook voor zover het geschil buiten de werkingssfeer van art. 6 EVRM valt (naheffingsaanslagen)? Feiten — Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen over 2005 en 2006 opgelegd, alsmede boetebeschikkingen. Na ongegrondverklaring van het beroep door Rechtbank Haarlem stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Hof. Toen hij het griffierecht van € 112 niet betaalde — hij verzocht om vrijstelling vanwege onvermogen — verklaarde het Hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Op verzet oordeelde het Hof dat de financiële omstandigheden van belanghebbende aan betaling in de weg stonden en verminderde het griffierecht tot € 20. Het inkomen van belanghebbende en zijn echtgenote bestond uit een netto WWB-uitkering van € 1.033,49 per maand, waarop maandelijks € 133,64 werd ingehouden vanwege beslag; hun vermogenspositie was negatief. Oordeel hof — Het Hof verklaarde het verzet gegrond en verminderde het griffierecht tot € 20. Voor de boetebeschikkingen baseerde het Hof dit oordeel op het in art. 6 lid 1 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter; voor de naheffingsaanslagen op een algemeen rechtsbeginsel van effectieve t…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken