ECLI:NL:HR:2015:1868

Hoge Raad 2015-07-10 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1868, zaaknummer 15/00517, prejudiciële beslissing. Kernvraag — (1) Vallen buitengerechtelijke incassokosten onder het begrip "kosten" van art. 6:44 BW voor de toerekeningsvolgorde bij gedeeltelijke betaling? (2) Mag de rechter in een B2B-relatie een bedongen incassobedrag ambtshalve matigen tot de BIK-staffel, en welke rol spelen branchegebruikelijk percentages en de doorbetalingsafspraak van de schuldeiser met zijn rechtsbijstandverlener? Feiten — Appellante (leverancier van bouwmaterialen) heeft in 2012 aan geïntimeerde vijf facturen gestuurd voor een totaalbedrag van € 24.821,73. Na sommatie heeft geïntimeerde twee deelbetalingen verricht (€ 15.525,49 en € 8.000,-). Appellante stelde dat deze betalingen op grond van art. 6:44 BW achtereenvolgens strekten op rente, buitengerechtelijke kosten en hoofdsom, en vorderde het resterende bedrag van € 5.333,10. De kantonrechter oordeelde dat buitengerechtelijke kosten géén "kosten" zijn in de zin van art. 6:44 BW en wees een beperkt bedrag toe. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft vervolgens de vier prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voorgelegd. Overwegingen — r.o. 3.4.2-3.4.7: De bewoordingen van art. 6:44 BW laten bevestigende beantwoording toe. De parlementaire geschiedenis biedt geen duidelijke aanwijzing, maar het Duits recht (§ 367 BGB) — waarnaar de wetgever verwees — omvat buitengerechtelijke incassokosten onder het begrip "kosten". Art. 6:44 BW strekt erto…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken