Hoge Raad 2017-03-10 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:404, zaaknummer 15/04488, cassatie. Kernvraag — Heeft een cassatieadvocaat een beroepsfout gemaakt door in het cassatiemiddel niet te verwijzen naar een passage in de notulen van een werkoverleg die weliswaar als productie was overgelegd in hoger beroep, maar waarop in de memorie van grieven geen beroep was gedaan? Feiten — Verweerster was als analiste werkzaam op de schoningsafdeling van NAK en stelde arbeidsongeschikt te zijn geworden door onvoldoende afzuiging van vrijkomend stof. In de eerste procedure verweerde NAK zich met de stelling dat verweerster in de relevante periode wegens ziekte niet had gewerkt; het gerechtshof Arnhem oordeelde dat verweerster onvoldoende had gesteld en wees de vorderingen af. In de memorie van grieven stelde verweerster weliswaar dat zij vanaf 8 december 1997 weer werkzaamheden had verricht, maar verwees zij in de processtukken niet naar een als onderdeel van productie 6 overgelegde passage uit notulen van een werkoverleg van 17 november 1997, waaruit bleek dat zij al eerder op therapeutische basis voor halve dagen haar werkzaamheden had hervat. Eiseres trad als cassatieadvocaat op; in het cassatiemiddel ontbrak een verwijzing naar de passage in de memorie van grieven én naar die passage in de notulen. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de beroepsfout van eiseres er mede in bestond dat zij in het cassatiemiddel niet had verwezen naar de passage in de notulen van het werkoverleg,…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken