ECLI:NL:HR:2017:45

Hoge Raad 2017-01-27 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 27 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:45, zaaknummer 15/02273, cassatie. Kernvraag — Welke inkoopwaarde uit een koerslijst moet worden gehanteerd bij de berekening van de bpm-afschrijving ex art. 10 lid 2 Wet bpm voor een vanuit Duitsland ingevoerde gebruikte personenauto: de inkoopwaarde gebaseerd op levering met omzetbelasting, de inkoopwaarde gebaseerd op levering zonder omzetbelasting (margeregeling/particulier), of een gemiddelde van beide? Feiten — Belanghebbende kocht op 17 januari 2013 in Duitsland een gebruikte personenauto (eerste ingebruikneming 19 september 2011) voor € 44.235,29, vermeerderd met € 8.404,71 aan Duitse omzetbelasting. Bij registratie in Nederland voldeed hij bpm op aangifte, waarbij hij de afschrijving berekende aan de hand van een koerslijst en daarbij uitging van de laagste inkoopwaarde (€ 60.859), gebaseerd op inkoop van een particulier of levering onder margeregeling. De Inspecteur stelde dat de hogere inkoopwaarde (€ 66.116), gebaseerd op levering met afzonderlijk berekende omzetbelasting, bepalend was, en legde een naheffingsaanslag op. Oordeel hof — Het Hof nam de gronden van de Rechtbank over en oordeelde, onder verwijzing naar HvJ EU 19 december 2013, C-437/12 (BNB 2016/183), dat de bpm niet hoger mag zijn dan het laagste restbedrag aan bpm vervat in de waarde van gelijksoortige reeds in Nederland geregistreerde voertuigen, waarbij voor de gelijksoortigheid uitsluitend de fysieke kenmerken van het voertuig relev…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken