ECLI:NL:HR:2017:773

Hoge Raad 2017-04-21 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:773, zaaknummer 16/04081, prejudiciële beslissing. Kernvraag — Is art. 6 van de Bijzondere voorwaarden Effecten Lease van Dexia — op grond waarvan bij wanbetaling de volledige resterende leasesom onmiddellijk opeisbaar wordt zonder aftrek van het voordeel dat Dexia geniet door vervroegde aflossing — een oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13/EEG? Maakt het voor dat oordeel verschil of de leaseovereenkomst naar redelijke verwachting een onaanvaardbaar zware financiële last op de afnemer legde? Feiten — [A] sloot op 3 januari 2001 vijf effectenleaseovereenkomsten met Dexia (twee "Triple Effect", drie "Profit Effect"), allen restschuldproducten waarbij de maandelijkse termijnen uitsluitend rente betroffen en de hoofdsom pas aan het einde van de looptijd werd afgelost. Na wanbetaling beëindigde Dexia de drie Profit Effect-overeenkomsten in november 2007 op grond van art. 6 Bijzondere voorwaarden en vorderde zij — naast de reeds vervallen termijnen — ook de nog toekomstige rentetermijnen over de resterende looptijd (38 termijnen per overeenkomst). Het hof stelde prejudiciële vragen nadat het had vastgesteld dat Dexia haar zorgplichten had geschonden en dat de overeenkomsten naar redelijke verwachting een onaanvaardbaar zware financiële last op [A] legden. Overwegingen — De Hoge Raad beoordeelt of art. 6 Bijzondere voorwaarden een oneerlijk beding is in de zin van art. 3 lid 1 Richtlijn 93/13, in het bijzonder…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken