ECLI:NL:HR:2018:1051

Hoge Raad 2018-07-03 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad (Strafkamer), 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1051, zaaknummer S 17/01374, cassatie. Kernvraag — Wanneer is lichamelijk letsel aan te merken als "zwaar lichamelijk letsel" in de zin van art. 302 lid 1 Sr, en zijn een gebroken kaak en een afgebroken tand daarvoor toereikend zonder nadere vaststellingen over medisch ingrijpen en herstelprognose? Feiten — Verdachte heeft het slachtoffer op 3 oktober 2015 te Leiden meermalen met de vuist in het gezicht geslagen. Het slachtoffer liep daarbij een gebroken rechterkaak en een afgebroken voortand op, vastgesteld op de spoedeisende hulp van het LUMC. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, die dit letsel kwalificeerde als zwaar lichamelijk letsel en de verdachte veroordeelde wegens zware mishandeling (feit 2). Oordeel hof — Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en kwalificeerde de gebroken kaak en de afgebroken tand als zwaar lichamelijk letsel in de zin van art. 302 lid 1 Sr, zonder nadere vaststellingen te doen over de noodzaak en aard van medisch ingrijpen of het uitzicht op herstel. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 2.2 vast dat art. 82 Sr geen limitatieve opsomming geeft van gevallen van zwaar lichamelijk letsel, maar buiten twijfel stelt dat de daarin genoemde gevallen (zoals ziekte zonder uitzicht op volkomen genezing en voortdurende beroepsongeschiktheid) daaronder vallen. In r.o. 2.3 herhaalt de Hoge Raad dat de rechter ook buiten art. 82 Sr de vrijheid heeft letsel als zwa…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken