ECLI:NL:HR:2020:1671

Hoge Raad 2020-10-23 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 23 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1671, zaaknummer 19/05580, cassatie. Kernvraag — Op wie rust de bewijslast ten aanzien van technische veroudering bij de berekening van de gecorrigeerde vervangingswaarde ex art. 17 lid 3 Wet WOZ? En kan voortgezet gebruik van een onroerende zaak aanleiding geven om bij de bepaling van de technische afschrijving af te wijken van de richtsnoeren in een Taxatiewijzer? Feiten — Belanghebbende, een stichting, is eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak (bouwjaar 1997, 6.165 m²) in de gemeente Ede. De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde per waardepeildatum 1 januari 2016 vastgesteld op € 1.631.000 als gecorrigeerde vervangingswaarde, daarbij aansluitend bij archetype N3800000 uit de Taxatiewijzer Verzorging. De Taxatiewijzer hanteert voor installaties een levensduur van 10 tot 20 jaar; het taxatierapport gaat uit van een verlengde levensduur van 25 jaar, mede omdat de installaties op de waardepeildatum (19 jaar oud) nog normaal functioneren en het gebruik niet op korte termijn zal eindigen. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de bewijslast voor technische veroudering van de installaties op belanghebbende rustte, onder verwijzing naar HR 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1818). Voorts achtte het hof een verlengde levensduur van 25 jaar gerechtvaardigd gelet op het normale functioneren van de installaties, en aannemelijk dat de heffingsambtenaar de restwaarde van de installaties naar beneden had bijgesteld, zodat v…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken