ECLI:NL:HR:2021:1974

Hoge Raad 2021-12-24 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1974, zaaknummer 21/01584, prejudiciële beslissing. Kernvraag — Kan de overeengekomen huurprijs voor 290-bedrijfsruimte worden verminderd wanneer de huurder als gevolg van overheidsmaatregelen in verband met de coronapandemie het gehuurde niet of slechts in geringe mate kan exploiteren, en zo ja, hoe wordt die vermindering berekend? Voorts: is de verplichte sluiting aan te merken als een gebrek in de zin van art. 7:204 lid 2 BW? Feiten — Heineken huurt circa 600 panden en verhuurt deze onder aan horecaondernemers, waaronder het pand van [verzoeker] dat via Heineken aan horecabedrijf [A] wordt onderverhuurd. Als gevolg van de coronamaatregelen was de horeca van overheidswege gesloten van 15 maart 2020 tot 1 juni 2020. Heineken heeft haar huurders twee maanden huur kwijtgescholden en heeft [verzoeker] gevraagd één maand huur te laten vervallen; [verzoeker] weigerde. In conventie vordert [verzoeker] een verklaring voor recht dat Heineken de verstrekte korting niet mag doorbelasten; in reconventie vordert Heineken vermindering van de huurprijs over april en mei 2020 met 50%. De kantonrechter te Roermond heeft prejudiciële vragen gesteld. Overwegingen — De Hoge Raad beantwoordt eerst de derde en vierde vraag (onvoorziene omstandigheden en berekening) en vervolgens de eerste vraag (gebrek). Onvoorziene omstandigheid (r.o. 3.2.2–3.2.6) Art. 6:258 lid 1 BW staat toe dat de rechter op vordering van de huurder de huurov…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken