Rechtbank Amsterdam 2017-05-30 — Strafrecht; Europees strafrecht
Instantie en datum — Rechtbank Amsterdam, Internationale Rechtshulpkamer, 30 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3763, zaaknummer 13/751267-17, tussenbeschikking overleveringsprocedure. Kernvraag — Staat een reëel gevaar op onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden in de uitvaardigende lidstaat (Frankrijk) in de weg aan tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, en hoe dient de uitvoerende rechterlijke autoriteit dit gevaar te beoordelen? Feiten — Op 14 maart 2017 vaardigde de Vice-Procureur van het Parket van de Tribunal de Grande Instance te La Roche sur Yon een EAB uit voor een Franse onderdaan, verdacht van illegale handel in verdovende middelen en witwassen (lijstfeiten 5 en 9 bijlage 1 OLW), gepleegd op Nederlands grondgebied. De officier van justitie vorderde overeenkomstig art. 13 lid 2 OLW afwijking van de weigeringsgrond van art. 13 lid 1 onder a OLW, met als argumenten dat het onderzoek in Frankrijk is aangevangen, het bewijs zich grotendeels in Frankrijk bevindt, de verdovende middelen voor de Franse markt bestemd waren en de medeverdachten in Frankrijk worden vervolgd. Het CPT-rapport van 7 april 2017 constateerde dat in de maisons d'arrêt van Fresnes, Nîmes en Villepinte gedetineerden in meerpersoonscellen doorgaans minder dan 3 m² aan individuele leefruimte hebben. Overwegingen — De rechtbank staat de afwijking van de weigeringsgrond toe na marginale toetsing (art. 13 lid 2 OLW); de officier van justitie heeft in redelijkheid tot haar vordering ku…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken