Rechtbank Midden-Nederland 2024-01-24 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Rechtbank Midden-Nederland, 24 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:221, zaaknummers UTR 22/728 e.v., eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Zijn de WOZ-waardes van vijf woningen en twee niet-woningen voor het belastingjaar 2021 terecht vastgesteld, en is de redelijke termijn overschreden? Daarnaast speelt de vraag of de gestandaardiseerde processtukken van de gemachtigde buiten beschouwing mogen worden gelaten en of hem de toegang tot de procedure kan worden geweigerd. Feiten — De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 28 februari 2021 de WOZ-waardes vastgesteld voor zeven objecten in eigendom van eiseres. Na ongegrondverklaring van het bezwaar op 23 december 2021 heeft de gemachtigde van eiseres op 2 februari 2022 beroep ingesteld. De gemachtigde hanteert in alle door hem gevoerde zaken (honderden per jaar) een gestandaardiseerd beroepschrift en een gestandaardiseerde "pinpointbrief" die niet specifiek op de betrokken onroerende zaken ingaan. Op de zitting van 8 januari 2024 wilde hij alsnog per object inhoudelijke standpunten innemen; de rechtbank heeft dat geweigerd wegens strijd met de goede procesorde. Overwegingen — De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift en de pinpointbrief op geen enkele navolgbare wijze betrekking hebben op de zeven objecten in geschil (r.o. 13). Omdat de gemachtigde hier in eerdere uitspraken en buiten rechte al herhaaldelijk op is gewezen — onder meer via een gesprek op 10 juli 2018 en via een aan alle lopende zaken to…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken