Rechtbank Midden-Nederland 2025-07-25 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Rechtbank Midden-Nederland, 25 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3859, zaaknummer UTR 25/1787, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Welke nadere beslistermijn moet worden opgelegd aan Dienst Toeslagen bij een (opvolgend) beroep wegens niet tijdig beslissen op een aanvraag om vergoeding van werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS), gelet op de uitvoeringsproblematiek bij de hersteloperatie toeslagen? Feiten — Eiseres diende op 9 mei 2023 een aanvraag in bij de CWS voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Bij uitspraak van 17 juli 2024 (UTR 24/4159) had deze rechtbank een eerder beroep wegens niet tijdig beslissen gegrond verklaard en verweerder opgedragen uiterlijk 19 september 2024 een besluit te nemen. Op die datum was de termijn verstreken zonder dat verweerder had beslist, waarop eiseres op 1 maart 2025 opnieuw beroep instelde wegens niet tijdig beslissen. Overwegingen — De rechtbank stelt vast dat de eerder opgelegde beslistermijn is verstreken zonder dat verweerder heeft beslist; het beroep is dan ook gegrond (r.o. 2-3). Verweerder verzocht om aansluiting bij de termijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn op bezwaar, zoals de Afdeling bestuursrechtspraak bepaalde in haar uitspraak van 26 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1301) over beroepen wegens niet tijdig beslissen op bezwaar in Wht-zaken. De rechtbank wijst dit verzoek af: de Afdeling heeft in…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken