ECLI:NL:RVS:2017:2271

Raad van State 2017-08-23 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak), 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271, zaaknummer 201604695/1/A1, hoger beroep. Kernvraag — Wanneer zijn omwonenden van een mestbassin belanghebbende bij een besluit tot weigering van handhaving, en meer in het bijzonder: welke invulling moet worden gegeven aan het criterium 'gevolgen van enige betekenis'? Voorts: vormt een mestbassin dat niet als één inrichting kwalificeert met het bijbehorende agrarisch bedrijf in de zin van art. 1.1 Wet milieubeheer, een met de bestemming strijdig agrarisch hulp- en nevenbedrijf? Feiten — Op een perceel in Mechelen staat een in 1989 gebouwd mestbassin dat thans uitsluitend wordt gebruikt door het agrarisch bedrijf van [belanghebbende], waarbij ook mest van derden wordt opgeslagen maar uitsluitend voor de eigen bedrijfsvoering van [belanghebbende] wordt aangewend. Het college constateerde dat het mestbassin in afwijking van de bouwvergunning was uitgevoerd en zonder vereiste omgevingsvergunning milieu in gebruik was, maar weigerde handhavend op te treden. Omwonenden verzochten om handhaving. Het college verklaarde bezwaarmakers die op meer dan 250 m van het mestbassin wonen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belanghebbendheid. Overwegingen — De Afdeling verduidelijkt in r.o. 3.2 de invulling van het criterium 'gevolgen van enige betekenis', waartoe zij terugkomt op haar eerdere uitspraak van 16 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:737) en de daarin reeds verlaten lijn va…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken