Raad van State 2022-06-08 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1530, zaaknummer 202101991/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Mocht de staatssecretaris een niet-begeleide minderjarige vreemdeling het bijzondere buitenschuldbeleid (paragraaf B8/6 Vc 2000) tegenwerpen op grond van een leeftijdsvereiste (jonger dan vijftien jaar bij eerste aanvraag), en zo nee, welke verplichtingen vloeien dan voort uit het arrest TQ van het HvJEU ten aanzien van het onderzoek naar adequate opvang in het land van terugkeer en het nemen van een terugkeerbesluit? Feiten — De vreemdeling, afkomstig uit Guinee, diende op 30 juni 2017 op vijftienjarige leeftijd (vijftien jaar en vier maanden) als alleenstaande minderjarige een asielaanvraag in. Bij besluit van 23 maart 2018 wees de staatssecretaris de asielaanvraag af en nam hij tegelijkertijd een terugkeerbesluit; het buitenschuldbeleid werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat de vreemdeling bij aanvraag ouder was dan vijftien jaar. Na verlening van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw 2000 trok de staatssecretaris het terugkeerbesluit bij besluit van 18 april 2019 in, op de grond dat de vreemdeling wegens dat uitstel rechtmatig verblijf genoot. De rechtbank stelde prejudiciële vragen aan het HvJEU; bij arrest van 14 januari 2021 (TQ, ECLI:EU:C:2021:9) beantwoordde het HvJEU deze. De vreemdeling is in 2020 meerderjarig geworden. Overwegingen — De Afdeling behandelt achtereenvolgens: de vraag of een terugk…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken