Raad van State 2022-07-06 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1911, zaaknummer 202100361/1/A3, hoger beroep. Kernvraag — Was de burgemeester van Kerkrade bevoegd de woning te sluiten op grond van art. 13b lid 1 Opiumwet wegens de aanwezigheid van 41 g amfetamine, en was een sluiting voor 52 weken noodzakelijk en evenredig? Feiten — Na een anonieme melding over drugsproductie troffen politie in de woning van appellant op 20 juni 2019 in totaal 41 g aan van een stof die via MMC kleur-reactietesten indicatief positief testte op amfetamine. Appellant erkende dat de stof ooit amfetamine was maar stelde dat deze rot en vergaan was en niet meer geschikt voor gebruik of handel. De burgemeester sloot de woning op grond van het Damoclesbeleid gemeente Kerkrade 2020 voor 52 weken. De woning was feitelijk gesloten van 20 november 2019 tot 18 november 2020. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Overwegingen — Wat betreft de aanwezigheid van amfetamine overweegt de Afdeling in r.o. 4.1 dat appellant zelf heeft erkend dat de stof in het verleden amfetamine was. In combinatie met de positieve testresultaten heeft de burgemeester aannemelijk mogen achten dat de stof ook ten tijde van de doorzoeking nog amfetamine was. De kwaliteit doet er niet toe: amfetamine is een verboden stof ongeacht haar kwaliteit. Dat de stof niet meer door het NFI onderzocht kan worden, noopte de burgemeester niet tot nader onderzoek. De strafbeschikking die appellant heeft…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken