ECLI:NL:RVS:2022:3269

Raad van State 2022-11-14 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 14 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3269, zaaknummer 202205801/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Is er zicht op uitzetting binnen redelijke termijn naar Marokko, zodat de inbewaringstelling van de vreemdeling rechtmatig is? Feiten — De staatssecretaris heeft de vreemdeling op 21 september 2022 in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats 's-Hertogenbosch) heeft het beroep daartegen ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling stelt in hoger beroep dat zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 2 april 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:698). Overwegingen — De Afdeling onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de situatie wezenlijk anders is dan ten tijde van de uitspraak van 2 april 2021, toen zicht op uitzetting naar Marokko ontbrak (r.o. 1). Uit de door de staatssecretaris ter zitting verstrekte informatie volgt dat er weer presentaties in persoon worden gehouden, dat in de periode maart tot augustus 2022 elf laissez-passers zijn afgegeven en dat drie uitzettingen met een laissez-passer hebben plaatsgevonden (r.o. 1). De vreemdeling geeft geen nadere toelichting waarom er desondanks geen zicht op uitzetting zou zijn, zodat de grief faalt (r.o. 1-1.1). Beslissing — Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken