Raad van State 2023-08-23 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak), 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3208, zaaknummer 202303291/1/A2, hoger beroep. Kernvraag — Binnen welke termijn moet de Belastingdienst/Toeslagen na een gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen een besluit (op bezwaar of op aanvraag op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen) nemen? Feiten — Twee gedupeerde ouders uit de kinderopvangtoeslagaffaire maakten bezwaar tegen besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen: één betreffende een toegekende compensatie van € 36.623,- op grond van artikel 2.1 Wet hersteloperatie toeslagen, de ander betreffende een weigering het forfaitaire bedrag van € 30.000,- toe te kennen. Omdat de dienst niet tijdig besliste op bezwaar, stelden zij beroep in. De rechtbank Rotterdam verklaarde die beroepen gegrond en droeg de dienst op binnen twee weken na verzending van haar uitspraak alsnog besluiten bekend te maken, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-. De Belastingdienst/Toeslagen stelde hoger beroep in, uitsluitend gericht tegen de door de rechtbank opgelegde termijn van twee weken. Overwegingen — De Afdeling stelt in deze zaak, gevoegd behandeld met de zaken nrs. 202302773/1/A2 en 202303294/1/A2, uniforme beslistermijnen vast die in toekomstige vergelijkbare zaken als uitgangspunt zullen gelden, teneinde de bestaande rechtbankverschillen weg te nemen. Voor gevallen waarin de Belastingdienst/Toeslagen een besluit op bezwaar moet nem…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken