ECLI:NL:RVS:2024:4923

Raad van State 2024-12-18 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923, zaaknummer 202201311/1/R2, hoger beroep. Kernvraag — In hoeverre mag bij de beoordeling of een project vergunningplichtig is op grond van art. 2.7 lid 2 Wnb (art. 5.1 lid 1 onder e Omgevingswet), in de zogenoemde voortoets, een vergelijking worden gemaakt met de referentiesituatie (intern salderen), en onder welke voorwaarden mag intern salderen vervolgens als mitigerende maatregel worden betrokken in de passende beoordeling? Feiten — Rendac Son B.V. exploiteert een destructiebedrijf in Son en Breugel en vroeg op 24 januari 2020 een natuurvergunning aan voor de wijziging van het bedrijf (ombouw stoomketel 30 naar stoomketel 70, realisatie nieuwe biogasmotor en wijziging bedrijfsuren bestaande biogasmotoren). Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 9 oktober 2020 de vergunning, waarbij de referentiesituatie werd ontleend aan de PAS-vergunning van 14 juni 2017. Tot die referentiesituatie behoorden de vergunde, maar niet (meer) gerealiseerde vetmotor en WKC-installatie. De rechtbank vernietigde het besluit en bracht een nuancering aan op de rechtspraak over intern salderen, primair gebaseerd op art. 6 lid 2 Habitatrichtlijn (Hrl): intern salderen met niet (meer) gerealiseerde onderdelen van een PAS-vergunning is niet zonder meer toegestaan. Overwegingen — De Afdeling wijzigt haar vaste rechtspraak over intern salderen zoals neergelegd in d…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken