ECLI:NL:RVS:2025:1642

Raad van State 2025-04-11 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling bestuursrechtspraak), 11 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1642, zaaknummer 202403570/1/V2, hoger beroep. Kernvraag — In hoeverre is de minister gehouden om in een voornemen in het kader van de Dublinprocedure expliciet in te gaan op alle door een vreemdeling naar voren gebrachte individuele omstandigheden? Daarnaast lag voor of de minister afdoende heeft gemotiveerd dat zij ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Feiten — Appellanten (een echtpaar met minderjarig kind) hebben op 19 november 2023 in Nederland asiel aangevraagd. De minister heeft de aanvragen niet in behandeling genomen op grond van art. 30 lid 1 Vw 2000 jo. art. 18 lid 1 onder b Dublinverordening, omdat appellanten op 21 augustus 2023 al een aanvraag hadden ingediend in Frankrijk waarop nog geen beslissing was genomen. In de aanmeldgehoren hadden appellanten verklaard dat zij in Frankrijk dakloos waren, in een tent sliepen, geen toegang hadden tot sanitaire voorzieningen, voedsel of medische hulp, en dat de politie hen steeds elders heen stuurde. De voornemens van 12 februari 2024 gingen niet kenbaar in op deze individuele omstandigheden; de besluiten van 15 april 2024 deden dat wel. De rechtbank vernietigde de besluiten wegens onzorgvuldige voorbereiding. Na het instellen van hoger beroep deelde de minister mee dat de overdrachtstermijn was verstreken en de aanvragen alsnog nationaal worden behandeld; de Afdeling achtte proce…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken