ECLI:NL:RVS:2025:5787

Raad van State 2025-11-28 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 28 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5787, zaaknummer BRS.25.000946, hoger beroep (art. 8:54 lid 1 Awb). Kernvraag — Is de wet van 12 maart 2025 (Stb. 2025, 79), waarbij de beslistermijn voor mvv-aanvragen in het kader van nareis werd verlengd van negentig dagen naar negen maanden, van toepassing op mvv-aanvragen die vóór de inwerkingtreding van die wet op 28 maart 2025 waren ingediend? Feiten — Betrokkene 2 diende op 18 oktober 2024 een mvv-aanvraag in voor haar vader (betrokkene 1) in het kader van nareis. De minister bevestigde ontvangst op 25 oktober 2024 en verlengde de beslistermijn van negentig dagen naar zes maanden; partijen zijn het erover eens dat deze verlenging rechtmatig was. De minister nam niet tijdig een besluit. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Arnhem) verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond en oordeelde dat de wet van 12 maart 2025 niet van toepassing is op deze aanvraag, zodat een beslistermijn van negentig dagen gold. Overwegingen — De minister voerde in hoger beroep één grief aan: de rechtbank zou ten onrechte hebben geoordeeld dat de wet van 12 maart 2025 niet op de aanvraag van toepassing is. De Afdeling stelt in r.o. 2.1 vast dat artikel 1.27 Vb 2000 — dat bepaalt dat een mvv-aanvraag wordt getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip van ontvangst, tenzij uit de wet anders voortvloeit of later recht gunstiger is — van toepassing is op mvv-aanvragen in het…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken