ECLI:NL:RVS:2026:329

Raad van State 2026-01-23 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 12 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:329, zaaknummer BRS.25.000423, hoger beroep. Kernvraag — Welke gevolgen heeft het arrest HvJ EU 4 september 2025, Adrar (ECLI:EU:C:2025:647), voor de verplichtingen van de minister bij het opleggen van bewaring met het oog op uitzetting en voor de ambtshalve toetsingsplicht van de bewaringsrechter ten aanzien van het beginsel van non-refoulement? Feiten — De minister heeft betrokkene (Marokkaans onderdaan) bij besluit van 25 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vw 2000. Aan de bewaring liggen onder meer ten grondslag dat betrokkene niet op de voorgeschreven wijze Nederland is binnengekomen en tweemaal met onbekende bestemming is vertrokken. Betrokkene heeft twee asielaanvragen ingediend; beide zijn buiten behandeling gesteld wegens zijn verdwijning of ongeoorloofd vertrek. Deze besluiten gelden tevens als terugkeerbesluit en staan in rechte vast. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend, op de grond dat uit de terugkeerbesluiten niet bleek dat de minister het beginsel van non-refoulement had beoordeeld en die besluiten daarom niet als grondslag voor de bewaring konden dienen. Overwegingen — De Afdeling zet uitvoerig uiteen welke gevolgen het arrest Adrar heeft voor de minister, de bewaringsrechter in eerste aanleg en de Afdeling als bewaringsrechter in hoger beroep. Rol van de…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken