Centrale Raad van Beroep 2022-12-23 — Bestuursrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 23 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2658, zaaknummers 19/2610 ZW, 19/3204 ZW en 19/3906 ZW, hoger beroep en incidenteel hoger beroep. Kernvraag — Aan welke maatstaf moet worden getoetst bij de weigering van ziekengeld op grond van artikel 19 ZW na een Eerstejaars ZW-beoordeling (EZWb), wanneer de verzekerde niet heeft hervat in enig werk en zich opnieuw ziek meldt? Is het in overeenstemming met ILO-conventie 121 dat geschiktheid voor slechts één van de bij de EZWb geselecteerde (deel)functies volstaat om ziekengeld te weigeren? Feiten — Betrokkene raakte arbeidsongeschikt na een ongeluk met een boormachine tijdens zijn werk als loodgieter. Na een EZWb werd zijn ZW-uitkering per 18 juli 2016 beëindigd omdat hij theoretisch meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen in andere functies. Betrokkene meldde zich op 12 september 2016 opnieuw ziek met toegenomen psychische klachten die verband hielden met het arbeidsongeval. Bij hernieuwde beoordeling resteerde van de oorspronkelijk acht geselecteerde EZWb-functies nog slechts één deelfunctie (productiemedewerker industrie, SBC-code 111180, deelfunctie 3693.3333.023) die voor betrokkene geschikt was. Op die grond weigerde het Uwv het ziekengeld. Overwegingen — De Raad beoordeelt eerst of het verzoek om terug te komen van het EZWb-besluit van 9 juni 2016 terecht is afgewezen (r.o. 4.4.1–4.4.6). De door betrokkene overgelegde medische informatie van het Hand & Pols Centrum gaf aan…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken