Centrale Raad van Beroep 2022-12-23 — Bestuursrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 23 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2672, zaaknummer 22/1588 ZW, hoger beroep. Kernvraag — Aan welke maatstaf moet een verzekerde voldoen om aanspraak te kunnen maken op ziekengeld ingevolge art. 19 ZW, wanneer hij na een WIA-beoordeling blijvend ongeschikt is gebleven voor zijn oude werk en niet in enig werk heeft hervat? Feiten — Appellant was werkzaam als bankwerker/lasser. Na zijn ziekmelding in 2016 weigerde het Uwv hem per 13 augustus 2018 een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Vanuit een WW-uitkering meldde appellant zich op 7 februari 2020 opnieuw ziek. Na een spreekuurgesprek op 16 maart 2021 concludeerde een arts dat appellant geschikt was voor ten minste één van de bij de WIA-beoordeling geselecteerde functies, waarna het Uwv de ZW-uitkering per 25 maart 2021 beëindigde. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep daartegen ongegrond. Overwegingen — De Raad stelt voorop dat aan het bestreden besluit uitsluitend een beoordeling aan de hand van art. 19 jo. art. 19aa lid 1 aanhef en onder a ZW ten grondslag ligt; die beoordeling mag worden verricht door een arts die geen verzekeringsarts is (r.o. 4.2). De Raad komt terug van zijn vaste rechtspraak dat geschiktheid voor ten minste één van de bij de WIA-beoordeling geselecteerde functies voldoende is om een weigering van ziekengeld te dragen (r.o. 4.3–4.5). Een ziekmelding na een WIA-beoordeling zonder tussentijdse werkhervatting is in hoge mate v…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken