ECLI:NL:GHARL:2024:866

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2024-02-06 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 februari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:866, zaaknummer 200.283.325, hoger beroep. Kernvraag — Wist of behoorde Dexia te weten dat tussenpersoon APFC de betrokken afnemers adviseerde zonder over de daartoe vereiste vergunning te beschikken, zodat Dexia gehouden is tot volledige schadevergoeding zonder toepassing van eigen schuld (het hofmodel)? Feiten — [geïntimeerde1] heeft via tussenpersoon All Personal Finance Center (APFC) effectenleaseovereenkomsten gesloten met Dexia. APFC was als cliëntenremisier geregistreerd in het STE-register en beschikte niet over een vergunning om tevens als financieel adviseur op te treden. In het tussenarrest van 20 december 2022 stelde het hof vast dat APFC een gepersonaliseerde aanbeveling had gedaan (vereiste i), en droeg het hof [geïntimeerde1] op bewijs te leveren dat Dexia wist of behoorde te weten dat APFC adviseerde (vereiste ii). APFC bood onder de naam 'HuisEffect' een gecombineerd product aan van een tweede hypotheek en een effectenleaseplan, en presenteerde zich daarbij uitdrukkelijk als partij die persoonlijk advies verstrekte. Overwegingen — In r.o. 2.3-2.4 verwerpt het hof de nieuwe stelling van Dexia dat APFC geen vergunningsplicht had wegens haar band met Aagus/ABN AMRO. Dit betoog is in strijd met de twee-conclusieregel van art. 347 Rv en wordt als tardieve grief buiten beschouwing gelaten. Ten overvloede overweegt het hof dat uit het optreden van APFC als cliëntenremisier voor…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken