Hoge Raad 2010-09-10 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 10 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3103, zaaknummer 08/04653, cassatie. Kernvraag — Is de per 1 juli 2005 ingevoerde gelijkstelling van het motorrijtuigenbelastingtarief voor particulier gebruikte bestelauto's aan het tarief voor personenauto's — waarbij het lagere tarief uitsluitend behouden bleef voor ondernemers die de bestelauto meer dan bijkomstig in hun onderneming gebruiken — in strijd met het gelijkheidsbeginsel (art. 26 IVBPR, art. 14 EVRM) of met het eigendomsrecht (art. 1 Eerste Protocol EVRM), mede gelet op het ontbreken van een overgangsregeling en een gestelde waardedaling van de bestelauto? Feiten — Belanghebbende hield een bestelauto uitsluitend voor particuliere doeleinden. Vóór 1 juli 2005 gold voor bestelauto's ingevolge art. 24 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: de Wet) een lager tarief dan voor personenauto's van gelijk gewicht, ongeacht de hoedanigheid van de houder of de wijze van gebruik. Bij Wet van 16 december 2004 (Belastingplan 2005, Stb. 2004, 653) werd dit gewijzigd: vanaf 1 juli 2005 sluit art. 24 aan bij het personenauto-tarief van art. 23 van de Wet. Een lager tarief geldt ingevolge de nieuw ingevoegde art. 24a en 24b van de Wet enkel nog voor bestelauto's ingericht voor invalidenvervoer en voor bestelauto's van ondernemers (in de zin van art. 7 Wet OB 1968) die de auto meer dan bijkomstig in hun onderneming gebruiken. Belanghebbende heeft over het tijdvak 17 oktober 2005 tot en met 16 jan…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken