Hoge Raad 2017-03-17 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:442, zaaknummer 15/04164, cassatie. Kernvraag — Wanneer leidt een wijziging in de heffingsgrondslag van kansspelbelasting voor een belastingplichtige tot een individuele en buitensporige last in de zin van art. 1 EP EVRM, en is een achteruitgang van het bedrijfsresultaat over een reeks van jaren daarvoor voldoende? Feiten — Belanghebbende, een exploitant van kansspelautomaten, heeft op aangifte kansspelbelasting voldaan. Met ingang van 1 juli 2008 worden kansspelautomaten naar dezelfde grondslag in de heffing betrokken als tafelspelen in een casino. Na een eerste cassatieronde (HR 27 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1523) en verwijzing naar Gerechtshof Den Haag, oordeelde dat hof dat de wetswijziging in het geval van belanghebbende heeft geleid tot een individuele en buitensporige last. Het hof baseerde dit oordeel op de geconsolideerde jaarstukken van belanghebbende en haar dochtervennootschappen, waaruit een achteruitgang van het bedrijfsresultaat over een reeks van jaren bleek. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de wetgeverskeuze om kansspelautomaten en tafelspelen naar dezelfde grondslag te belasten, voor belanghebbende heeft geleid tot een individuele en buitensporige last, gelet op de over meerdere jaren vastgestelde verslechtering van het bedrijfsresultaat. Het hof ging daarbij uit van de geconsolideerde cijfers van belanghebbende en haar dochtervennootschappen. Overwegingen — De Hoge Raad overweegt in r.o. 3.2…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken