ECLI:NL:HR:2010:BL5629

Hoge Raad 2010-10-05 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629, zaaknummer 08/03813, cassatie. Kernvraag — In hoeverre dient de Nederlandse strafrechter de rechtmatigheid te toetsen van opsporingshandelingen die in het buitenland zijn verricht, respectievelijk onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten en onder verantwoordelijkheid van Nederlandse autoriteiten? Voorts: welke eisen stelt art. 152 Sv aan de verbaliseerplicht, ook in de aan het opsporingsonderzoek voorafgaande fase? Feiten — Op 30 april 2006 vond te Ciney (België) een militariabeurs plaats waarbij het vermoeden bestond dat illegaal in wapens werd gehandeld. Belgische en Nederlandse opsporingsambtenaren noteerden gezamenlijk kentekens van Nederlandse bezoekers; via een Belgisch coördinatiecentrum in Brussel werden deze doorgegeven aan Nederlandse opsporingsambtenaren bij grensovergang Hazeldonk. Aldaar plaatsten Nederlandse opsporingsambtenaren op Belgisch grondgebied een Catch-Ken voertuig; de gesignaleerde auto's werden door Nederlandse motorrijders over de grens begeleid en in Nederland onderzocht. In de auto van verdachte, een voormalig officier van justitie/advocaat-generaal, werden wapens en munitie aangetroffen; bij daaropvolgende doorzoeking van zijn woning werden meer wapens gevonden. Het hof veroordeelde verdachte voor het zonder consent binnenbrengen van wapens en het zonder verlof voorhanden hebben van wapens, en beval onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpe…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken