ECLI:NL:HR:2023:913

Hoge Raad 2023-06-13 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad der Nederlanden (strafkamer), 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913, zaaknummers 23/00010 PJV en 23/00011 PJV, prejudiciële beslissing. Kernvraag — In hoeverre mag de Nederlandse rechter vertrouwen op de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van opsporingsresultaten die in het buitenland zijn verkregen (in het bijzonder via interceptie van versleuteld berichtenverkeer van Encrochat en SkyECC in het kader van klassieke rechtshulp, een gemeenschappelijk onderzoeksteam of een Europees onderzoeksbevel), en wanneer is daarvoor een machtiging van de Nederlandse rechter-commissaris vereist? Feiten — Franse autoriteiten hebben, met machtiging van de Franse rechter, een interceptiemiddel geplaatst op servers van Encrochat en SkyECC in Roubaix. Nederland participeerde als partner in gemeenschappelijke onderzoeksteams (JIT's, onderzoeken 26Lemont en 26Argus). De verkregen data zijn gedeeld met Nederlandse opsporingsautoriteiten en zijn vervolgens via artikel 126dd Sv doorgegeven aan de onderzoeksteams Elrits (rechtbank Overijssel) en Shifter (rechtbank Noord-Nederland), beide gericht op internationale drugshandel. Het openbaar ministerie had voorafgaand aan de datadeling onverplicht machtigingen gevorderd bij Nederlandse rechters-commissarissen, die deze met voorwaarden hebben verleend. De verdediging verzocht stukken over het buitenlandse opsporingsproces bij het dossier te voegen. Overwegingen — r.o. 6.5.2: De Nederlandse strafrechter toetst niet of de wijze wa…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken