ECLI:NL:HR:2015:1198

Hoge Raad 2015-05-01 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1198, zaaknummer 14/04594, prejudiciële beslissing. Kernvraag — Wat is de ingangsdatum van de wettelijke rente over de door de aanbieder van effectenleaseovereenkomsten aan de afnemer te vergoeden inleg, bestaande uit termijnbetalingen en eventuele aflossingen minus dividenduitkeringen, die de afnemer voorafgaande aan de beëindiging van de effectenleaseovereenkomsten heeft betaald? Feiten — Verweerder sloot omstreeks 30 maart 1998 twee effectenleaseovereenkomsten (Maximaal Rendement Effect) met Dexia (rechtsopvolger van Labouchere/Legio-Lease), door tussenkomst van Spaar Select B.V. De overeenkomsten zijn op 14 juli 2005 tussentijds beëindigd. Op de eindafrekeningen stond een bedrag van in totaal circa € 17.600,- ten laste van verweerder, hetgeen hij onbetaald liet. De door verweerder betaalde netto inleg bedroeg per saldo € 25.766,72. Verweerder heeft opt-out uitgeoefend ten aanzien van de verbindend verklaarde WCAM-overeenkomst. Tussen partijen staat vast dat Dexia haar tweeledige zorgplicht heeft geschonden en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld, en dat de financiële positie van verweerder van dien aard was dat voldoening van de leasetermijnen of de mogelijke restschuld een onaanvaardbaar zware financiële last op hem legde. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 3.3.2 voorop dat de verbintenis tot schadevergoeding voortvloeit uit een onrechtmatige daad, zodat Dexia op grond van art. 6:83, aanhef en onder b, B…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken