ECLI:NL:HR:2015:2741

Hoge Raad 2015-09-18 — Civiel recht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2741, zaaknummer 14/02968, cassatie. Kernvraag — Voldoet een brief van de advocaat van de schuldeiser, waarin aansprakelijkheid van de schuldenaar wordt gesuggereerd, een bespreking wordt voorgesteld en wordt opgemerkt dat de verzekeraar van de schuldenaar op de hoogte moet worden gesteld van de mogelijke claims, aan de eisen van een stuitingsmededeling in de zin van art. 3:317 lid 1 BW? Feiten — ISG en een derde zijn het slachtoffer geworden van een door derden gepleegde fraude waarbij gelden werden weggesluisd via rekeningen bij ABN AMRO (rechtsvoorganger van RBS). ISG stelt dat ABN AMRO aansprakelijk is wegens het nalaten maatregelen te treffen. RBS beroept zich op verjaring. Op 8 augustus 2003 stuurde de advocaat van ISG een brief aan de advocaat van RBS waarin hij wees op de mogelijke aansprakelijkheid van ABN AMRO voor het verdwijnen van $ 24.000.000, een confraternele bespreking voorstelde, en opmerkte dat het passend zou zijn de verzekeraars van ABN AMRO op de hoogte te stellen van de mogelijke claims. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de brief van 8 augustus 2003 geen rechtsgeldige stuiting oplevert in de zin van art. 3:317 lid 1 BW, omdat de inzet ervan vooral het verkrijgen van informatie in een confraternele bespreking leek te zijn. De veronderstelde intentie om te procederen als de bespreking geen aanvaardbare oplossing zou bieden, volstond niet voor stuitende werking, temeer nu eventuele recht…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken