Hoge Raad 2017-06-20 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1111, zaaknummer 15/03725, cassatie. Kernvraag — Wanneer is sprake van eendaadse samenloop (art. 55 lid 1 Sr) respectievelijk een voortgezette handeling (art. 56 lid 1 Sr), en hoe ruim is de beoordelingsruimte van de feitenrechter bij die kwalificatie? Daarnaast: was het oordeel van het hof dat feiten 1 (poging doodslag) en 2 (zware mishandeling door bijten) geen voortgezette handeling opleveren, begrijpelijk gemotiveerd? Feiten — Verdachte heeft op 9 augustus 2014 te Bussum tijdens één geweldsuitbarsting het slachtoffer [betrokkene 2] meermalen met een mes gestoken (feit 1: poging doodslag) en diens oor gedeeltelijk afgebeten (feit 2: zware mishandeling). In dezelfde gebeurtenis sneed hij ook het gezicht van [betrokkene 1] open (feit 3: poging zware mishandeling) en verwondde hij [betrokkene 3] met een mes (feit 4: mishandeling). Het hof veroordeelde tot zes jaar gevangenisstraf en verwierp het verweer dat feiten 1 en 2 een voortgezette handeling vormen. Oordeel hof — Het hof verwierp het beroep op voortgezette handeling voor feiten 1 en 2 omdat het steken met een mes en het bijten niet als gelijksoortige handelingen kunnen worden aangemerkt, nu het opzet verschilde (levensberoving respectievelijk toebrengen zwaar letsel). Het hof paste meerdaadse samenloop (art. 57 Sr) toe. Overwegingen — De Hoge Raad grijpt de zaak aan voor een uitgebreide beschouwing over eendaadse samenloop en voortgezette handeling (r.o. 2.1…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken