ECLI:NL:HR:2017:584

Hoge Raad 2017-04-04 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:584, zaaknummer S 15/03882, cassatie. Kernvraag — Vormt art. 94 Sv zonder meer een voldoende wettelijke grondslag voor het door een opsporingsambtenaar verrichten van onderzoek aan een inbeslaggenomen smartphone, ook wanneer dat onderzoek een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer meebrengt? Feiten — Verdachte werd op 9 maart 2014 op Schiphol aangehouden op verdenking van medeplegen van invoer van cocaïne. Bij zijn aanhouding is zijn smartphone in beslag genomen. Met behulp van het XRY-systeem zijn alle op de smartphone en de bijbehorende SIM-kaart opgeslagen gegevens uitgelezen, waardoor volledig inzicht werd verkregen in contacten, oproepgeschiedenis, berichten en foto's. WhatsApp-contacten en een foto van de medeverdachte werden voor het bewijs gebruikt. De raadsman verweerde zich dat art. 94 Sv een onvoldoende wettelijke grondslag biedt voor dit onderzoek en verzocht bewijsuitsluiting. Oordeel hof — Het hof verwierp het verweer op de enkele grond dat art. 94 Sv een voldoende duidelijke en voorzienbare wettelijke grondslag vormt voor zowel de inbeslagneming als het daaropvolgende onderzoek aan de smartphone, mede onder verwijzing naar HR 29 maart 1994 (ECLI:NL:HR:1994:AD2076) over in computers opgeslagen gegevens. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 2.5 als uitgangspunt dat voor de waarheidsvinding onderzoek mag worden gedaan aan inbeslagge…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken