ECLI:NL:HR:2013:BY5321

Hoge Raad 2013-02-19 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321, zaaknummer 11/03711, cassatie. Kernvraag — Kan het binnentreden van een woning op grond van een machtiging afgegeven door een niet-gecertificeerde hulpofficier van justitie leiden tot bewijsuitsluiting, en is het hof oordeel dat dit verzuim gelijk moet worden gesteld aan het ontbreken van een machtiging afdoende gemotiveerd? Feiten — Na meerdere politiemeldingen over een hennepkwekerij is op 11 maart 2009 de woning van verdachte betreden op grond van een machtiging als bedoeld in art. 2 Algemene wet op het binnentreden. De machtiging was afgegeven door hoofdinspecteur [verbalisant 1], die echter niet beschikte over een geldig certificaat 'hulpofficier van justitie' in de zin van de Regeling hulpofficieren van justitie 2008, omdat hij in december 2008 was gezakt voor het verlengingsexamen. In de woning werd een hennepkwekerij aangetroffen. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de machtiging, nu zij was verleend door een onbevoegde functionaris, geen enkele waarborgfunctie had en moest worden behandeld als ware zij in het geheel niet afgegeven. Op grond hiervan sloot het hof al het bij het binnentreden gevonden bewijsmateriaal uit en sprak verdachte vrij, zonder te onderzoeken of een bevoegde hulpofficier de machtiging ook zou hebben verleend. Overwegingen — De Hoge Raad stelt in r.o. 2.4.1 het toetsingskader voor art. 359a Sv voorop: een vormverzuim leidt niet automatisch tot een rechtsgevolg; de rechter…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken