ECLI:NL:HR:2017:965

Hoge Raad 2017-06-02 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:965, zaaknummer 16/03967, cassatie. Kernvraag — Staat aan de toekenning van een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de weg (a) dat het hof niet uitdrukkelijk heeft vastgesteld dat de belanghebbende daadwerkelijk spanning en frustratie heeft ervaren, en (b) dat de rechtsbijstand is verleend op basis van 'no cure no pay' en de belanghebbende heeft ingestemd met uitbetaling van een eventuele schadevergoeding aan de rechtsbijstandverlener? Feiten — Belanghebbende ontving een WOZ-beschikking en aanslag OZB voor het jaar 2013. Het bezwaarschrift werd op 27 februari 2013 ontvangen; de uitspraak op bezwaar volgde op 27 december 2013. Het beroepschrift werd op 6 februari 2014 door de rechtbank ontvangen; de rechtbank deed uitspraak op 21 oktober 2015. Het hof oordeelde dat de redelijke termijn in bezwaar en beroep was overschreden en kende een vergoeding van immateriële schade toe. Namens belanghebbende trad een gemachtigde op op basis van 'no cure no pay', en belanghebbende had ingestemd met uitbetaling van een eventuele schadevergoeding aan die gemachtigde. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de redelijke termijn was overschreden en kende op die grond een vergoeding van immateriële schade toe. Aan die toekenning deed volgens het hof niet af dat de gemachtigde optrad op basis van 'no cure no pay'. Overwegingen — De Hoge Raad verwerpt het middel op alle onderdelen. Ten aanzien…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken