Hoge Raad 2018-11-30 — Civiel recht; Arbeidsrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2218, zaaknummer 18/00373, cassatie. Kernvraag — Kan een arbeidsovereenkomst worden ontbonden op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) wanneer de verstoring is ontstaan doordat de werkgever een werknemer die hij ongeschikt achtte niet in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren? En dienen bij het bepalen van de billijke vergoeding op grond van art. 7:671b lid 8 onder c BW de gevolgen van het verlies van de arbeidsovereenkomst te worden betrokken? Feiten — De werknemer trad in juni 2015 in dienst als Senior Solution Development Manager. In november 2015 en begin februari 2016 ontving hij bonussen met positieve feedback. In januari 2016 waren intern zorgen gerezen over zijn functioneren, maar de werknemer werd daarvan niet op de hoogte gesteld. Op 16 maart 2016 werd hem plotseling een beëindigingsvoorstel gedaan en werd hij op non-actief gesteld. Na mislukte onderhandelingen over een vaststellingsovereenkomst volgde een verbetertraject van twee maanden (mei–juli 2016), waarna de werkgever ontbinding verzocht. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de d-grond (disfunctioneren) niet was vervuld, omdat de werkgever de werknemer niet tijdig had geïnformeerd over kritiek op zijn functioneren en hem onvoldoende gelegenheid had geboden tot verbetering. De g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) achtte het hof wel aanwezig: de arbeidsverhouding was ernstig en duurzaam verstoord, mede omdat leidinggev…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken