ECLI:NL:HR:2018:2373

Hoge Raad 2018-12-21 — Civiel recht; Goederenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2373, zaaknummer 17/06092, cassatie. Kernvraag — Heeft de eigenaar van een heersend erf een redelijk belang bij de uitoefening van een erfdienstbaarheid van weg in de zin van art. 5:79 BW, wanneer zijn percelen ook via een alternatieve route bereikbaar zijn maar die route langer is? Meer in het bijzonder: kan een (beperkt) verschil in afstand of reistijd een redelijk belang opleveren dat opheffing in de weg staat? Feiten — Verweerster is eigenaar van percelen te [plaats], waarover een pad loopt. Eisers zijn eigendom van naastgelegen percelen die ook grenzen aan de [b-straat]. In akten van 1888 en 1921 zijn erfdienstbaarheden van weg gevestigd. Verweerster vordert primair een verklaring voor recht dat geen erfdienstbaarheid ten behoeve van de percelen van eisers bestaat, subsidiair opheffing wegens ontbreken van redelijk belang bij uitoefening. Eisers vorderen in reconventie erkenning van de erfdienstbaarheid en onbelemmerd gebruik daarvan. Oordeel hof — Het hof heeft veronderstellenderwijs aangenomen dat de erfdienstbaarheid is gevestigd, maar heeft deze desondanks opgeheven op de voet van art. 5:79 BW. Het hof oordeelde dat eisers geen redelijk belang meer hebben bij de uitoefening, nu hun percelen volwaardige toegang hebben tot de [b-straat] via ten minste twee uitwegen, en het feit dat de toegang via de [b-straat] verder is dan via de percelen van verweerster niet als redelijk belang geldt, omdat het slecht…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken