Hoge Raad 2021-04-20 — Strafrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576, zaaknummer 19/02973, cassatie. Kernvraag — In hoeverre dient de verdediging een verzoek tot het oproepen en horen van een getuige die een belastende verklaring heeft afgelegd, te onderbouwen, en welke gevolgen heeft de uitspraak van het EHRM in de zaak Keskin tegen Nederland (19 januari 2021) voor de door de Hoge Raad in zijn arrest van 4 juli 2017 geformuleerde motiveringsplicht? Feiten — De verdachte is door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens mishandeling op 28 september 2012 in Ede. De bewezenverklaring steunt uitsluitend op de verklaring van de aangever ([aangever]) en een getuigenverklaring van [betrokkene 1], beide afgelegd tegenover een opsporingsambtenaar. De verdediging heeft in hoger beroep verzocht deze getuigen op te roepen en te horen, onder meer omdat de verdachte de juistheid van hun waarnemingen betwist en aanvoert dat de aangever een valse verklaring heeft afgelegd. Het hof heeft de verzoeken afgewezen omdat de noodzaak daartoe ontbrak, gelet op de onderbouwing van de verzoeken en het tijdsverloop. Oordeel hof — Het hof heeft geoordeeld dat het niet noodzakelijk was de getuigen [aangever] en [betrokkene 1] te horen, mede gelet op de onderbouwing van de verzoeken en het tijdsverloop. Het hof heeft de bewezenverklaring aangenomen uitsluitend op grond van de door de verdachte betwiste verklaringen van deze twee getuigen, zonder dat de verdediging hen heeft kunnen ondervragen. Het hof…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken