ECLI:NL:HR:2022:475

Hoge Raad 2022-04-05 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475, zaaknummer 21/04869, cassatie in het belang der wet. Kernvraag — Onder welke voorwaarden mogen de officier van justitie en de rechter-commissaris op grond van de artikelen 126n, 126u, 126zh, 126ni, 126ui, 126zja en 126zo Sv verkeers- en locatiegegevens vorderen van aanbieders van communicatiediensten, en welke eisen stellen Richtlijn 2002/58/EG en de rechtspraak van het HvJ EU aan die bevoegdheidsuitoefening? Aanvullend: welk rechtsgevolg verbindt de strafrechter aan een vormverzuim bij de uitoefening van die bevoegdheden? Feiten — De officier van justitie vorderde op grond van art. 126n lid 1 Sv een machtiging voor het opvragen van historische verkeersgegevens met betrekking tot één mobiel telefoonnummer over de periode van 9 tot en met 12 augustus 2021, in een onderzoek naar een gekwalificeerde diefstal in vereniging van een shovel (waarde circa € 18.000,-). De rechter-commissaris wees de vordering af op de grond dat diefstal van een shovel naar zijn aard geen ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. De rechtbank Gelderland vernietigde die beschikking en wees de vordering alsnog toe, omdat gekwalificeerde diefstal in vereniging met een strafmaximum van zes jaar en de mogelijkheid van voorlopige hechtenis als "serious crime" in de zin van het Prokuratuur-arrest kan gelden. Oordeel hof — Niet van toepassing (beschikking is afkomstig van de rechtbank Gelderland; de Hoge Raad doet uitspraak in cassatie in he…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken