Hoge Raad 2024-09-13 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 13 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1176, zaaknummer 23/00752, cassatie. Kernvraag — Heeft een in Duitsland gevestigd beleggingsfonds zonder rechtspersoonlijkheid recht op teruggaaf van in Nederland geheven dividendbelasting, respectievelijk een met de afdrachtvermindering vergelijkbare tegemoetkoming, op grond van het vrije verkeer van kapitaal (art. 56 EG / art. 63 VWEU), omdat het objectief vergelijkbaar zou zijn met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling (fbi)? Feiten — Belanghebbende is een naar Duits recht opgericht Publikums-Sondervermögen, gevestigd in Duitsland, zonder rechtspersoonlijkheid. In de jaren 2006 tot en met 2014 ontving het dividend op belangen van minder dan vijf procent in Nederlandse vennootschappen, waarover Nederland 15% dividendbelasting hief. Belanghebbende was in Duitsland subjectief vrijgesteld van winstbelasting; beleggingswinsten werden niet daadwerkelijk uitgekeerd maar bij in Duitsland woonachtige deelnemers als fictief uitgekeerd in de heffing betrokken. Voor niet in Duitsland woonachtige of gevestigde deelnemers waren zulke (fictieve of daadwerkelijke) winstuitdelingen in Duitsland niet belast voor zover afkomstig uit Nederlandse dividenden. Verzoeken om teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting werden door de Inspecteur afgewezen. Oordeel hof — Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet objectief vergelijkbaar is met een Nederlandse fbi, omdat de toepasselijke Duitse regelgeving niet waarborgt dat a…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken