Parket bij de Hoge Raad 2023-11-03 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Parket bij de Hoge Raad, 3 november 2023, ECLI:NL:PHR:2023:988, zaaknummer 22/04515 (conclusie A-G Ettema; cassatieprocedure na prejudiciële beslissingen HvJ EU en HR). Kernvraag — Kan een in Duitsland gevestigd beleggingsfonds (bbi) aanspraak maken op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting op grond van het Unierecht, en zo ja, onder welke voorwaarden? Meer in het bijzonder: (i) mag als voorwaarde worden gesteld dat de bbi instemt met het doen van een vervangende betaling aan Nederland berekend over de wereldwinst, en (ii) is de bbi objectief vergelijkbaar met een fiscale beleggingsinstelling (fbi) wat betreft de dooruitdelingseis? Feiten — Belanghebbende is een naar Duits recht opgericht en in Duitsland gevestigd beleggingsfonds (Sondervermögen/icbe) dat heeft belegd in aandelen in Nederlandse vennootschappen. Over ontvangen dividend is met toepassing van het belastingverdrag Nederland-Duitsland 15% Nederlandse dividendbelasting ingehouden. Belanghebbende verzoekt om teruggaaf op grond van het Unierecht omdat hij, anders dan een fbi, naar nationaal recht geen recht op teruggaaf heeft. Tijdens de procedure zijn prejudiciële beslissingen gewezen door het HvJ EU (Köln-Aktienfonds Deka, C-156/17) en door de Hoge Raad (HR BNB 2021/73). Duitsland betrekt buiten Duitsland wonende of gevestigde participanten in het fonds niet in enige belastingheffing ter zake van dividend afkomstig van buiten Duitsland gevestigde vennootschappen. Belanghebbende heeft niet…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken