Rechtbank Den Haag 2020-07-03 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Arnhem), 3 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6088, zaaknummer NL20.7175, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Welke beslistermijn en dwangsom moet de rechtbank opleggen bij een gegrond beroep tegen het niet tijdig beslissen op een asielaanvraag, en in hoeverre kan verweerder zich beroepen op overmacht wegens de coronamaatregelen om het verbeuren van de wettelijke dwangsom (art. 4:17 Awb) te ontlopen? Feiten — Eiser heeft op 15 augustus 2019 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De beslistermijn is verstreken zonder dat verweerder een beslissing heeft genomen. Eiser heeft verweerder op 2 maart 2020 rechtsgeldig in gebreke gesteld. Op 19 maart 2020 heeft eiser beroep ingesteld. Per 16 maart 2020 heeft verweerder als gevolg van coronamaatregelen alle asielgehoren opgeschort (met uitzondering van vreemdelingen in detentie en in de grensprocedure). De algemene asielprocedure van eiser was op dat moment nog niet aangevangen. Eiser verblijft op een opvanglocatie waar telehoren mogelijk is. Overwegingen — De rechtbank behandelt de zaak meervoudig omdat verweerder nieuwe standpunten heeft ingenomen, meer dan zes maanden zijn verstreken sinds de vaste rechtspraak van deze zittingsplaats (uitspraken van 2 april 2019 en 14 november 2019) en het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht op 25 maart 2020 nieuw landelijk beleid heeft vastgesteld. Ontvankelijkheid (r.o. 2.1): Een beroep niet tijdig is…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken