Raad van State 2016-06-22 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 22 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1759, zaaknummer 201509196/1/V2, hoger beroep. Kernvraag — Is het ne bis-beoordelingskader dat de Afdeling in asielzaken hanteerde bij opvolgende aanvragen, nog verenigbaar met het Unierecht na implementatie van Richtlijn 2013/32/EU (Procedurerichtlijn), en welk toetsingskader moet de bestuursrechter voortaan hanteren? Feiten — Een vreemdeling van Ethiopische nationaliteit diende in 2015 een opvolgende asielaanvraag in, waarbij hij aangaf bij zijn eerste aanvraag in 2003 een valse naam en geboortedatum te hebben opgegeven en te zijn bekeerd van de islam tot het christendom. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nova die in de eerste procedure hadden moeten worden aangevoerd. De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van het ne bis-beoordelingskader en verklaarde het ongegrond. Overwegingen — In r.o. 3 beschrijft de Afdeling het tot dan geldende ne bis-beoordelingskader: bij een besluit van gelijke strekking als een eerder afwijzend besluit kon de bestuursrechter pas inhoudelijk toetsen nadat hij ambtshalve nova had vastgesteld; bij het ontbreken van nova was het beroep reeds daarom ongegrond zonder behandeling van de beroepsgronden. In r.o. 4.2–4.3 zet de Afdeling uiteen dat de Procedurerichtlijn de beslisautoriteit een specifieke beoordelingssystematiek voorschrijft voor opvolgende aanvragen: niet-ontvankelijkverklarin…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken